‘Mam; ik heb drie vragen’.
‘De eerste vraag; waar is het paspoort van de Sam en Elf?’ (Sam en Elf onze honden)
Ik kijk Jongste aan; rol met mijn ogen, zucht diep en zeg; ‘OK, dit ga ik nu dus echt niet doen’, om vervolgens zonder een woord verder weg te lopen.
Arm kind.
Laat mij met rust. Gasten, Man, mensen die komen aanwaaien; praat niet tegen mij.
Ik meld het direct bij aankomst: ik ben chagrijnig, praat met Man’.
Niet iedereen lijkt dit te begrijpen, maar goed, dat interesseert mij dus geen klap vandaag.
Sorry, dat lukt gelukkig nog wel.
‘Sorry kleintje’.
‘Geeft niets mam. Ik snapte gewoon niet waarom je zo geïrriteerd was’.
Direct gevolgd door ‘Mam, nog twee dingen’.
Deze keer rol ik niet met mijn ogen en tel tot tien voordat ik met een vage glimlach rustig iets anders ga doen.
Deze dag wordt ‘m niet.
Het begon anders. Blij, actief en fris, dat was het start.
Twee uur later is de stemming gewisseld.
Ik weet hoe het komt. Hormonen zijn aan de rommel na een redelijk lange stabiele periode.
Man begrijpt tegenwoordig dat alles wat ik nu nodig heb, een knuffel en wat humor is.
Hij laat me met en in liefde.
Geen verwijten, geen gedoe. En na een gemeende sorry van mijn kant omdat ik zomaar de telefoon erop gooide na een volstrekt redelijke vraag zijns kant, volgt er geen geruzie.
Sorry is voldoende.
Vandaag is een vergrote versie van hoe het soms milder is. Mijn mede hormoon vrouwen begrijpen dit, hun partners niet altijd en de rest van de wereld zelden.
Applaus voor Man en Oudst en Jongste. En ook voor mezelf trouwens. De Onredelijke vrouw is geen fijne gewaarwording. En dat is een understatement. Gelukkig blijft ze tegenwoordig niet meer zo lang en kan ik haar duidelijk toespreken.
‘Zeg maar dat je een zware dag hebt’
‘Ademhalen, loop maar even weg’
‘Zeg maar dat je nu niet kan praten’
‘Zeg maar sorry’
Er zijn tijden geweest dat de Onredelijke vrouw en de Depressieve vrouw elkaar continue afwisselende, periodes lang. En samen vochten om het beste plekje op dezelfde dag.
Dodelijk vermoeiend.
Nu begrijp ik wat er speelt. Toen niet.
Nu weten mijn gezin en beste vriendinnen wat er speelt, toen niet.
Een vriendin komt langs, we gaan wandelen.
Ze heeft een grote witte fluffy trui met een knalrode lippen applicatie aan.
Het samenzijn doet me goed.
Ik hoef niet anders te zijn dan hoe het is.
En wat er is, mag er zijn.
Simpel, alleszeggend.
We delen, we luisteren, we lachen, zijn serieus. Creëren ruimte voor elkaar.
De Onredelijke vrouw blijft maar vertrekt wat naar de achtergrond.
Thuisgekomen help ik Man in de tuin. Oudste biedt ondertussen haar kookkunsten aan en gaat samen met Jongste aan de slag. Ze houdt van koken en weet altijd weer iets lekkers op tafel te zetten.
In het prachtige boek The Well Gardenend Mind van psychiater Sue Stuart-Smith beschrijft de schrijfster de uitkomsten van haar langdurig onderzoek naar de effecten van tuineren op de mind. En je raadt het al. De uitkomsten zijn alleen maar positief. Tuineren heeft een kalmerend effect, vergroot creativiteit, bevordert de neuro-plasticiteit van ons brein en in haar eigen woorden:
‘By tending your plants, you are also gardening your inner space ‘
Sue heeft gelijk. Met mijn handen in de aarde zak ik in het zijn van vandaag en dan in de laag daaronder. Voorbij de Onredelijk vrouw.
Hallo jij daar, wat fijn dat ik je weer ontmoet.
Het stabiliseren van het brein en haar neurotransmitters op de veranderende hormonale balans, heeft tijd nodig.
Tijd en ruimte, helderheid, liefde, humor en vriendschap helpen tot het evenwicht weer hervonden is.
Doe daar de armen van Man, mijn Oudste en Jongste, een fluffy rode lippen trui en een schepje aarde bij, poef net magie.
